2026

Samen leren in de praktijk: de stage van Raimond bij Wold & Waard

Published on (NL) 12 Jan 2026

Wat gebeurt er als een digitale collega stage gaat lopen bij een woningcorporatie? Die vraag stond centraal tijdens de stage van Raimond, onderdeel van de Aareon Digital Workforce, bij Wold & Waard. In samenwerking met Johan Steensma, Inge Noordhof en Dominique Derks van Wold & Waard en Aareon werd Raimond ingezet én beoordeeld zoals dat ook bij een reguliere stagiair gebeurt. Aan het einde van deze periode volgde een gezamenlijke eindevaluatie.

In dit verkorte eindverslag blikken Johan en Inge samen met Rik Vegter en Sander Venema van Aareon terug op de stage. Hun ervaringen laten zien hoe samenwerking in de praktijk bijdraagt aan het ontwikkelen van een AI-oplossing die aansluit op de dagelijkse werkzaamheden.


Van idee naar praktijk


Raimond is ontwikkeld als digitale assistent waarmee medewerkers in gewone taal vragen kunnen stellen over hun data. Geen vaste rapportages of ingewikkelde exports, maar een gesprek: “Hoeveel meldingen waren er vorig jaar?” of “Wat waren de onderhoudskosten in 2025?”


Voor Aareon was het doel van deze stage helder: Raimond laten leren in een realistische werkomgeving. Wold & Waard was daarvoor een logische partner, juist omdat daar dagelijks met vastgoed- en onderhoudsdata wordt gewerkt.


Johan Steensma was vanaf het begin betrokken. Met bijna veertig jaar ervaring bij de corporatie én een achtergrond in rapportages en cijfers kon hij antwoorden snel toetsen aan de werkelijkheid. Halverwege het traject sloot Inge Noordhof aan. Zij is woonconsulent verduurzaming én key user: iemand die nieuwe functionaliteit test en collega’s helpt bij vragen over systemen. Belangrijker nog: Inge stelde bewust “vragen van een leek”. En dat bleek precies het perspectief dat nodig was.


Sander Venema benadrukt dat verschil: “Je kunt als ontwikkelteam een product testen, maar je stelt vragen onbewust vaak op een manier waarvan je al weet dat het goed uitkomt. In de praktijk werkt dat anders. En juist dát leer je alleen door samen te oefenen.”


Wennen, testen en bijsturen


Net als bij elke stage begon ook deze met wennen. Johan merkte dat er in het begin “nog wel wat werk aan de winkel” was: antwoorden waren niet altijd correct en soms begreep Raimond de vraag anders dan bedoeld. Maar minstens zo belangrijk: het probleem zat niet alleen in het antwoord, maar soms al in de interpretatie van de vraag.


Een belangrijk leerpunt was vakjargon. Medewerkers gebruiken termen die vanzelfsprekend klinken, maar die voor een digitale collega meerdere betekenissen kunnen hebben. Rik beschreef het treffend: iemand die veel met onderhoud werkt, vraagt bijvoorbeeld “hoeveel meldingen zijn er gemaakt?” en bedoelt onderhoudsmeldingen. Maar Raimond kan dan óók denken aan leefbaarheidsmeldingen. De oplossing: Raimond leren om door te vragen. “Bedoel je onderhoud of leefbaarheid?”


Een tweede voorbeeld ging over reparatiekosten. Johan benoemde dat er bij Wold & Waard een onderscheid is tussen reparatie en “reparatie B” (kosten die doorbelast kunnen worden, bijvoorbeeld bij vernieling). Dat onderscheid wordt in de praktijk vaak niet expliciet genoemd, maar wel bedoeld. Voor Raimond was dat in het begin niet vanzelfsprekend. Door deze context expliciet mee te geven, leerde hij: als iemand ‘reparatie’ zegt, hoort daar meestal een uitsplitsing bij.


Ook de term projectgroepen bleek een typisch voorbeeld van corporatiejargon. Denk aan mutatieonderhoud (bij leegstand), serviceonderhoud (kleine opdrachten waarvoor huurders betalen), en dagelijks onderhoud. Medewerkers noemen zelden letterlijk de kolomnamen uit het systeem; ze zeggen: “Hoeveel mutatiekosten hebben we gemaakt?” Raimond moest leren welke velden en categorieën daarbij horen.


Volgens Inge was dit soms zoeken, maar het effect was duidelijk: “Raimond is een snelle leerling. Wat niet goed ging, werd vaak snel opgepakt en aangepast.”


Zichtbare verbeteringen: van wachten tot doorvragen


Tijdens de stage werden verbeteringen steeds concreter. Inge zag bijvoorbeeld dat het systeem sneller werd én prettiger werkte: antwoorden verschenen geleidelijk in beeld, zoals je dat gewend bent van chat-interfaces. Ook kwamen er functies bij die gebruikers direct helpen in het dagelijkse werk, zoals:



  • resultaten exporteren naar Excel (handig voor vervolganalyses en rapportages);

  • tabellen aanpassen via vervolgvragen (“zet het aantal niet in de kop, maar in de tabel”.


Volgens Rik is dat een typisch stage-effect: door input van gebruikers kom je erachter wat écht nodig is. Johan noemde Excel-export al vroeg als wens; die functionaliteit werd daarna versneld opgepakt.


Het schimmelvoorbeeld: van zoeken in exports naar direct inzicht


Een van de meest concrete opbrengsten uit de stage was het inzichtelijk maken van onderhoudskosten rondom schimmel (en mogelijk ook gerelateerde termen zoals vochtproblemen).


Johan legde uit hoe dit vroeger ging. Wilde je inzicht in schimmelkosten, dan maakte je eerst een export naar Excel vanuit het bronsysteem. Daarna begon het handwerk: zoeken in teksten van opdrachten, omdat er geen vaste “schimmelcode” is. Je zocht letterlijk in de omschrijving van opdrachten, bijvoorbeeld met Ctrl+F op ‘schimmel’. Maar daarbij miste je varianten zoals “vocht”, “condens”, of net andere schrijfwijzen.


Met Raimond veranderde dat proces. In plaats van exporteren en handmatig doorspitten, kon Johan een vraag stellen als: “Hoeveel onderhoudskosten hebben we gemaakt met schimmel in 2025?” en Raimond zoekt vervolgens zelf in de relevante opdrachten en teksten waar schimmel (en eventueel vocht-gerelateerde signalen) terugkomt.


Dat maakt het verschil meteen voelbaar:



  • tijdwinst: geen export, geen handmatige zoekslagen, geen losse lijstjes;

  • completer beeld: niet alleen exact ‘schimmel’, maar ook context in omschrijvingen;

  • sneller doorvragen: je kunt direct vervolgstappen zetten, zoals uitsplitsen per complex, periode of type opdracht.


Rik vatte het samen als een van de mooiste resultaten van de stage: “Dit soort tijdbesparende taken laten heel concreet de meerwaarde zien.” En Johan voegde er een belangrijk praktijkpunt aan toe: schimmel hangt vaak samen met vochtproblemen, dus het is waardevol als je ook die gerelateerde termen kunt meenemen.


Vertrouwen is alles: hetzelfde getal, elke keer opnieuw


Tegelijkertijd kwamen er ook kritische aandachtspunten boven tafel. Johan benadrukt dat antwoorden moeten kloppen. “Als cijfers niet stabiel zijn, haken mensen af. Dan ga je toch weer zelf zoeken.”


Daarom is betrouwbaarheid een kernonderdeel van de doorontwikkeling geworden. Rik beschreef hoe Aareon hiervoor een dagelijkse test heeft ingericht: Raimond krijgt elke dag een vaste set vragen (ongeveer 100), waarbij gecontroleerd wordt of het getal in het antwoord klopt. Formuleringen mogen variëren, maar het cijfer moet identiek blijven. Op die manier wordt stap voor stap gewerkt aan stabiliteit en vertrouwen.


Sparren over data: ook ‘mening’ en vrije tekst


Een interessant perspectief uit het gesprek ging over leefbaarheid. Inge ziet daar directe kansen: vóór je de wijk in gaat, snel inzicht krijgen in wat er speelt in een dorp of buurt: hoeveel meldingen zijn er, welke soorten meldingen, zijn ze afgerond?


Rik benoemde daarbij een extra mogelijkheid: in leefbaarheid zit vaak vrije tekst (memo’s). Daarin kun je niet alleen tellen, maar ook signalen herkennen: gaat het vooral over geluidsoverlast, vervuiling, of conflicten? En je kunt vervolgens sparren: “Wat valt op?” of “Wat zouden mogelijke acties kunnen zijn?” Daarmee wordt Raimond niet alleen een antwoordmachine, maar ook een gesprekspartner over patronen in data.


Terugblik en vooruitkijken


De stage bij Wold & Waard laat zien dat een digitale collega niet losstaat van de organisatie: je vormt hem samen. Door praktijkvragen, jargon, feedback en kritische checks wordt Raimond stap voor stap betrouwbaarder én bruikbaarder.


De samenwerking werd door Wold & Waard als prettig ervaren: korte lijnen, snel oppakken van bevindingen en terugkoppeling wanneer iets is opgelost. En dat is ook nodig, want zoals Johan het verwoordde: “Als je stage loopt, mag je fouten maken. Maar op een gegeven moment moet het wel goed zijn.”


Met deze stage is een stevige basis gelegd: niet alleen technisch, maar vooral in de manier van samenwerken en leren. Innovatie blijkt daarmee geen eenrichtingsverkeer, maar een gezamenlijke ontdekkingstocht.